In de Tolhuistuin

Opening expositie: Some Things Hidden

Aanvang 17:00
Entree gratis

Some Things Hidden is een tentoonstelling over verbergen en het verborgene; over de politiek van (on)zichtbaarheid, samengesteld door curator Nina Folkersma en kunstenaar Charlott Markus. De groepstentoonstelling, die in een andere vorm al te zien was bij Castrum Peregrini (18 t/m 26 nov 2017), bestaat uit een zorgvuldig gekozen combinatie van bestaande en nieuwe werken van opkomende en internationaal gerenommeerde kunstenaars van verschillende generaties.

Deelnemende kunstenaars
Hélène Amouzou (TG, 1969), Alexis Blake (US, 1981), Sara Blokland (NL, 1969), Zhana Ivanova (BG, 1977), Lynn Hershman Leeson (US, 1941), Bertien van Manen (NL, 1942), Charlott Markus (SE, 1974), Shana Moulton (US, 1976), Femmy Otten (NL, 1981), Marijn Ottenhof (NL, 1985), Cauleen Smith (US, 1957) en Batia Suter (CH, 1967).

Vertrekpunt van de tentoonstelling is het levensverhaal van de oudtante van kunstenaar Charlott Markus, een Joodse vrouw die zich wist te ‘verbergen’ in het Berlijn van de Tweede Wereldoorlog, zonder zich te onttrekken aan het openbare leven. Bij Castrum Peregrini, een voormalig onderduikadres op de Herengracht in Amsterdam, richtte de tentoonstelling zich met name op verbergen als manier van overleven. Wat betekent ‘verbergen’ vandaag de dag? Voor welke bedreigingen moeten we ons verschuilen en welke dingen verbergen we voor onszelf?

Bij Framer Framed ligt de nadruk op de politiek van (on)zichtbaarheid. Een (on)zichtbare status is niet neutraal – wie bepaalt wat wel of niet zichtbaar wordt gemaakt in de samenleving? Welke mensen, beelden en gewoonten krijgen zichtbaarheid en worden daarmee als ‘normaal’ ervaren? Wat of wie krijgen juist minder aandacht en blijven daardoor ‘verborgen’? En welke delen van onze geschiedenissen worden wel en niet benadrukt?

Ook wordt ingegaan op het belang van persoonlijke verhalen en strategieën om deze structurele onzichtbaarheid tegen te gaan. Wie zijn deze ‘onzichtbaren’ en zijn zij werkelijk onzichtbaar als zij als zodanig gedefinieerd worden? Wanneer kan (on)zichtbaarheid een keuze vormen of een vorm van verzet?