In de Tolhuistuin

Interview met Meral Polat

Door Mascha Ihwe

Meral Polat: staat op het toneel, speelt in films en TV-series, maakt voorstellingen, geeft concerten en is ‘Artist in Residence‘ bij de Tolhuistuin.

Als ik Meral vraag hoe zij bij de Tolhuistuin betrokken geraakt is, neemt ze een slok thee, denkt na: „Er knaagt al een tijd iets in mij. Ik ben gezegend, ben superblij met alle theater-, muziek- en filmprojecten en ik hoop dit te kunnen blijven doen. Ik vind het te gek dat ik met zoveel verschillende mensen en werelden in aanraking kom…“ – Meral stopt.

En neemt mij mee in haar gedachtegang. „Dat zingen“, zegt zij vol passie, „zit heel diep van binnen in mij. Daar zit iets, echt op zielsniveau, het is geen bedacht iets, zo van ‚ik ga zingen want daarmee ga ik succes hebben‘, nee er zit daar gewoon iets. Dat bij mij hoort.“

Thuis speelde haar vader Saz. Muziek speelde een belangrijke rol in huis en als haar moeders vriendinnen op bezoek kwamen dan werd Meral uit haar kamer geroepen en „dan moest ik een liedje zingen, vaak een oud, Turks liedje. Dan begonnen de vrouwen vaak te huilen. Dus dat zingen dat was niet een gekozen ‚ik zing‘, het hoorde gewoon bij mij. Of dat goed was of fout, dat doet er helemaal niet toe, zo was het.“

Op de toneelschool komt de zang steeds duidelijker naar boven drijven en Meral kiest zelf vaak voor muziektheaterproducties. „In die tijd heb ik ook muzikanten leren kennen, zoals Beppe Costa en Remco Sietsma. Toen zijn we voor het plezier van het samenspelen een band begonnen, die wij voor de lol Meral’s Harem noemden. Door de jaren heen ontstond er een repertoire en hebben we vele concerten gespeeld. In 2015 hebben we dan een muziektheatervoorstelling gemaakt, waar ik toen heel blij mee was.“ Ze valt even stil. „Alleen na die voorstelling dacht ik: en nu moet ik uitvliegen, nu moet ik iets eigens gaan doen. Toen hebben we besloten de band op te doeken. Beppe Costa is nog wel steeds mijn muzikale vader.“

In die tijd wilde Meral ook leren om echt op eigen benen te staan. Ze wilde het ‘kader‘ van een artistiek project zelf kunnen creëren. „Ik wilde dat leren, omdat ik daarmee ook dat ‘iets‘ de ruimte kan geven“, zegt ze lachend.

Als eerste stap richtte Meral zich in 2016 en 2017 bewuster op muziektheaterprojecten waar ze zelf meer inhoudelijk aan kon bijdragen. „En in het voorjaar van 2017 contacteerde de Tolhuistuin mij, zij nodigden mij uit als Artist in Residence – ik dacht ‚yesss‘, dat wil ik! Ik geloof er altijd in dat dingen op het juiste moment komen. Ook deze uitnodiging.“

Het was ook in deze periode dat Meral, na een mooie reeks optredens met Baby Dee [muziektheater voorstelling Sombersongs van mugmetdegoudentand] gedurende de zomer op de Parade dacht: “Ik ga vanaf september tot januari [2018] even helemaal niets meer doen – ik moet ruimte voor mijzelf creëren, er moet leegte zijn, zodat er iets nieuws kan ontstaan.“

„Toen ben ik na gaan denken: wat wil ik te weten komen over muziek? Er waren eigenlijk drie steden die ik ‘muzikaal‘ wilde ontdekken: Istanbul, omdat ik daar naar de muziek wilde zoeken, erin wilde zijn – Andalusië, omdat ik daar nog nooit geweest was en de Flamencomuziek wilde opzoeken en als derde Belgrado met die meeslepende Balkan-beat die het emotionele zo aanspreekt. In die steden zijn klanken, culturen en smaken die bij mij een resonantie hebben. Niet dat ik persé de-ze muziekstijlen wil zingen maar de bezieling die in deze muziek zit spreekt mij aan.“

In Istanbul duikt Meral de stad in, overweldigd door alle indrukken – ze leert musici kennen, maakt een concert met hen. „Dat gaf mij een enorm gevoel van vrijheid – ik dacht, ‚ik kan overal op de wereld naartoe en kan lokaal met muzikanten communiceren en optreden‘. Dit concept klopte voor mij.“

Toen er na dit spontane concert aanvragen kwamen voor andere optredens in Istanbul hield Meral de boot af. Ze wil haar tijd en ruimte niet opgeven, maar het leven in Istanbul gadeslaan. Na Istanbul wilde Meral eigenlijk naar Andalusië, maar toen kwam er een project op haar pad dat zij niet kon weigeren: De Luizenmoeder! „Bij veel andere voorstellen die langs kwamen, dacht ik ‘nee‘, maar hier dacht ik ‚dit is zo goed, deze mensen maken echt iets met passie‘.“

Als ik Meral tref, zit zij midden in haar traject als Artist in Residence bij de Tolhuistuin. Ik vraag haar, wat deze tijd voor haar betekent. Het is even stil, Meral zoekt naar de juiste woorden. „Eigenlijk ben ik nu eindelijk op zoek naar de muziek in mijzelf, mijn klank, en dat is een zoektocht waar ik eigenlijk net mee ben begonnen. Het is een zoektocht tussen disciplines, tussen tijden, tussen geografische landschappen, culturen en geluiden van onze aarde, waar we allen een deel van zijn. Het is iets dierlijks, intuïtiefs, iets beeldends. Eerst komt de ademhaling, het begin van alles. Dan volgt een dialoog tussen ritme en gevoel – een oosterse klank, een westerse klemtoon vormt een woord, een theatraal beeld, een poëtisch verhaal. Een versmelting van identiteiten en disciplines. Die bewegingen verzamelen zich in een melodie die gecreëerd wordt in het moment. Het moment van ademhalen. Het begin van alles.

Deze Residence geeft mij de ruimte om de net benoemde artistieke ‚reis’ aan te gaan. Er zit in ons allen geloof ik een zachte melancholie – dat wil ik ook onderzoeken in dit proces. Ik heb 15 jaar allemaal dingen gedaan, van alles geproefd, maar nu ga ik naar een diepere laag.

Artistiek betekent dit dat de muziek die ik wil maken over verschillende identiteiten gaat, over samenbrengen – ik wil een oprechte artistieke ontmoeting. Dan pas ontstaat er iets nieuws in plaats van ‚jouw ding en mijn ding op elkaar geplakt‘.

Ik verheug mij op het werk in de Tuin van de Tolhuistuin – ik wil met de drie voorstellingen meer bie-den aan het publiek dan muziekconsumptie, ik wil een belevenis creëren. Ik wil niet alleen in een mooie jurk ‘concerten presenteren’, ik wil ook mijn zoektocht delen, mijn onderzoek. Ik wil die openheid. Samen met de musici die ik bij dit project uitgenodigd heb, waar ik heel blij mee ben, Murat Ali Cengiz, Sjahin During en Giuseppe Doronzo.“